Herken je óók de moeilijk te onderdrukken gevoelens wanneer er ergens een bordje staat ‘niet aanraken’, en je het juist zo ongelofelijk graag WEL wil aanraken? Of een bordje dat je de dieren ‘niet’ mag voeren, je toch het allerliefste een stukje van je heerlijke boterham met ze wil delen?

Het woordje ‘niet’ geeft een gevoel van ‘wel’. Heeft dit dan misschien ook te maken waarom onze kinderen moeilijk of zelfs niet luisteren?

Ik kan de overgang van opvang naar de basisschool van ons meisje nog goed herinneren. Een klas van 30 kinderen en een hooggevoelig kind, hoe zou dit verlopen? Zeker na een wekelijkse struggeling met de opvang…

 Nederlandse taalbarrière

De eerste ontmoeting met de juf gaf duidelijk aan hoe belangrijk de combinatie van begrip tonen, luisteren en taal is. De juf luisterde naar ons dametje die aangaf dat ze het erg spannend vond en toonde begrip. Ondertussen kwamen 3 kinderen iets vragen aan de juf, vol begrip gaf ze tools zodat de kinderen het zelf op konden lossen. Daarnaast was er hier en daar een onenigheid tussen kleuters en geen enkele keer heb ik haar het woordje NIET horen gebruiken.

Opnieuw gaf ze duidelijk aan wat ze van de kinderen verwachtte. Onze dame keek naar haar powerarmband en ging moedig zitten op haar aangewezen plaats. Een beetje gespannen, maar zonder drama zoals bij de opvang. Marc en ik liepen weg (natuurlijk met een giga brok in onze keel en vechtend tegen onze tranen, ok dit laatste was bij mij vooral het geval… wat is ze al groot!). Wat we ons meteen afvroegen, zitten er werkelijk 30 heftig strijdende kleuters in de klas die elke 9 min een conflict met elkaar hebben? We hebben er totaal niets van gemerkt!

Een chaos van ongeleide peuters!

We moesten nog iets afgeven bij de opvang en we wandelen naar haar oude groep. We staan nog geen minuut binnen en toen hoorde wij: Jantje niet doen, Miepje niet aankomen, Keesje niet slaan, zo gaan we niet met elkaar om, niet op de tafel, niet niet niet… Het viel meteen op terwijl we nog geen 5 min binnen hebben gestaan. Een chaos van ongeleide peuters!

 Leidsters of oppassers

Ineens werd mij veel duidelijk, waarom ons meisje het zo moeilijk vond om naar de opvang te gaan. Ze begreep niet wat er van haar gevraagd werd. De leidsters gaven waarschijnlijk nauwelijks aan wat er WEL van haar verwacht werd.

In ons vóórleven (opvoeden=voorleven) proberen we zo duidelijk en positief mogelijk te zijn, we proberen de nadruk te houden op welk gedrag we wel van haar en elkaar willen zien. Daarom proberen wij het woordje NIET zoveel mogelijk te vermijden. Supermoeilijk by the way 😉  Betrap mijzelf er dagelijks op dat deze woorden er ingesleten zijn.

Maar door het grote verschil tussen opvang en basisschool was mijn interesse gewekt. Waardoor reageren wij als mens zo sterk op het woordje ‘niet’? En wat blijkt…

 Mindf*ck

Ons brein kan alleen dingen zien, horen, voelen, ruiken en proeven. We kunnen iets dus ‘niet’ waarnemen wat er niet is. Wanneer ons brein de informatie krijgt om bijvoorbeeld niet aan een springtouwende paarse kat te denken, wat zien we dan? Inderdaad… een springtouwende paarse kat!

Omdat het brein het woordje ‘niet’ moeilijk kan verwerken wordt de focus op de rest van de inhoud van de zin gelegd, waardoor we toch deze springtouwende paarse kat voor ons zien.

We kunnen het onze kinderen dus niet kwalijk nemen als ze niet luisteren!

 Zeg wat je wél wilt

Wij brengen ze dus als ware op een idee, aangezien het woordje ‘niet’ niet geregistreerd wordt door je hersenen. Zo wordt de aandacht juist op de rest van de zin gelegd. Precies wat je wilde vermijden.

Daarnaast geeft het woordje ’niet’ geen enkele informatie over wat je wél wilt. Blijkbaar mag ik niet op de tafel kruipen gezien de reactie van papa en mama… Wedden dat je ze daarna van de vensterbank, de bank en/of het dressoir af kan plukken 😉

Wij brengen ze dus als ware op een idee..

Laten we dus duidelijk zijn tegen de kinderen (en ook de rest van je omgeving) en vragen wat we wél van ze verwachten.

Voorbeelden
Niet op de tafel klimmen –>Ergens op kruipen en klimmen doen we in de speeltuin/De tafel is om aan te zitten/ Klimmen kunnen we in het klimrek gaan doen
Niet op de weg lopen –>We blijven op de stoep/De weg is voor auto’s
Het boek niet op de grond gooien –> Het boek mag in de kast/ Wil je het boek op de tafel leggen
Niet rennen in de gang  –>We rennen buiten/ Laten we rennen in de tuin/ In de gang wandelen we

Voorbeelden van complimenteren
“Dat was geen slechte wedstrijd.” Je brein vangt op dat het een slechte wedstrijd was, terwijl je bedoelt dat het een goede wedstrijd was. Daarnaast klinkt het negatiever.
“Jouw kamer is niet slecht opgeruimd.” Ook hier valt de ontkenning weg, je brein hoort dat jouw kamer slecht is opgeruimd. Elke volwassenen zou bij dit verwijt in opstand komen en dan verbazen wij ons dat het kleine grut boos wordt?!

Volwassenen versus kinderen

Kunnen volwassenen dit niet-gevoel dan makkelijker onderdrukken dan kinderen? Het brein van een kind blijkt op dit gebied hetzelfde te werken als een volwassene. Het verschil is dat volwassenen geleerd hebben om de onderliggende verlangens te onderdrukken, ondanks de focus die gelegd wordt op datgene wat ‘niet’ mag. De een kan dit makkelijker dan de ander 😉

Check dit fragment. Https://youtu.be/VJGD4QAppcU

Hmm…. wat zou ikzelf gedaan hebben…

Waarom doen we het toch?

Maar waarom zeggen we dan toch de hele dag door tegen onze van nature grensopzoekende kinderen wat ze ‘niet’ mogen. Niet springen op de bank, niet oversteken, niet met je volle mond praten, niet op de tafel tekenen, niet vloeken, niet niet niet!

 Je reageert vaak met een impuls en dit zijn vaak uitspraken die je ouders jou voorleefden”

Waarschijnlijk heeft het onder andere te maken met ons overlevingsmechanisme, het loonde natuurlijk van oudsher om je te richten op problemen en gevaren. Ook zal autonomie hier een rol in kunnen spelen, iedereen wil zelf bepalen wat hij of zij doet, dat maakt zo’n bordje met ‘niet aanraken’ extra interessant.

Maar persoonlijk denk ik dat het vooral te maken heeft met gewoontes die ons aangeleerd zijn in onze eigen opvoeding. Dit is te herkennen aan het moment dat je je realiseert ‘dit had mijn moeder kunnen zeggen’ 😉 Je reageert vaak met een impuls en dit zijn meestal uitspraken die je ouders (en omgeving) jou voorleefden. Deze gewoontes zijn enorm moeilijk te veranderen, let maar eens op hoe vaak je het woordje ‘niet’ gebruikt.

Wanneer we het woordje ‘niet’ proberen te weren, luisteren (begrijpen) onze kinderen beter. Daarnaast investeren we ook in de communicatie van onze kinderen omdat we minder ‘gewoontes’ uit onze opvoeding mee geven. Zo doorbreken we op een duidelijke, vriendelijke en positieve manier ook de vicieuze vóórleef-cirkel. En leven wij onze kinderen dagelijks vóór, waardoor hun brein automatisch op deze manier zal handelen in hun verdere leven en eventuele opvoeding. De moeite waard lijkt me.

Ik geloof dus werkelijk in de kracht om het woordje ‘niet’ zoveel mogelijk uit onze taal te verbannen. ‘Geen verwarring meer in ons brein en verbeterde duidelijke communicatie. Wat een heerlijk vooruitzicht!

Liefs,
Jelske

 

P.S. Leuk! Daag je kinderen uit om te zien wat het woordje ‘niet’ doet

 Wanneer je tegen een kind zegt: “Het eten op jouw bord past echt niet meer in jouw buik!” Wedden dat zijn bordje binnen no time afgelikt en wel terug in de kast kan.

Lees ook:Opvoeden = vóórleven

Author

2 Comments

  1. Dankjewel Jelske, erg inzichtelijk. Voor de grap zal ik eens tellen hoe vaak ik “niet” zeg…. en eens kijken hoe ik het op mijn werk eigenlijk doe. Colin luistert inmiddels weer wat beter.

    • Jelske Reply

      Hi Lilian,

      Super fijn dat Colin een stuk beter luistert! Ik ben erg benieuwd hoe vaak het is 😊

      Ook hier is dat elke dag weer een uitdaging om het woordje niet te vermijden. Wel merk ik veel verschil als ik het toepas. Dus wij houden vol!

Write A Comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.